©2023 by Thyme. Proudly created with Wix.com

Taverne "De klee"

 Is een oude hoeve die dateert van 1881 en bewoond werd door de familie Voets - Menten.  Omstreeks 1984 werd de schuur omgebouwd als taverne, veranderde tweemaal van eigenaar en werd in 1999 gekocht door huidig eigenaar Thijs Benny die de nodige renovatie werken moest uitvoeren om  tot dit resultaat te komen.

Tijdens de werkzaamheden werd er nog een oefenbom gevonden tijdens de aanleg van de tuinterassen, het ging hier om een vrij recent exemplaar van 4 jaar oud en woog liefst 50 kg en 110 cm lang.  Het tuig werd onmiddellijk door de militaire ontmijningsdienst opgehaald.  Het moet losgekomen zijn door een maneuver van een vliegtuig dat aanzette om te landen in St-Truiden op het militair vliegveld.

Tevens bevindt zich een stuk grafsteen ingemetseld in de schouw boven in de taverne.  Het zou gevonden zijn in de nabijheid van de taverne en zou gaan over een raadsman van een gemeenschap van 1420 -1450.

Historiek van Kuttekoven

Het ontstaan van bewoning te Kuttekoven is allicht verbonden met de bron van de Rullingenbeek en gaat terug tot het begin van onze tijdrekening.  De naam zou ontstaan zijn uit het Keltish woord Coutahoven en nadien Cuttehoven.

 

Riddergeslacht

In de 13 de eeuw werd Kuttekoven vermeld als de residentie van de "Ridders van Kuttekoven" die vazallen (rentmeesters) waren van de graaf van Loon.  Kuttekoven was dan ook een Loonse gemeente met een jaarlijks verkozen burgemeester.  Juridisch ressorteerde Kuttekoven onder de buitenbank van Graeth(loon) en het beroepshof van Vliermaal.

GoGreenMag.com

1

Kapel O.L.Vrouw van Lourdes.

Werd gebouwd in 1907 en werd bijna een pelgrimsoord.  Inderdaad het gebeurde allemaal op een zonnige julidag in 1923.  Treesje, een oud vrouwtje van Borgloon, beter gekend als "zwart Treeske", was gewoon voor andere te gaan "bewegen" en ging samen met "Beth van Noel" naar de kapel om te bidden.  Die namiddag gingen ze samen koffie drinken in de nabijgelegen boerderij zoals het hun gewoonte was.

Ze zagen plots dat O.L.Vrouw met haar ogen knipperde en hen toelachte.  In een mum van tijd stonden alle bewoners aan de kapel.

Sommige zagen het, anderen niet.  Doch kwamen van heinde en ver veel bedevaarders maar ze zagen het verschijnsel niet en zo ebde de belangstelling stilletjes weg, zodat de rust kon wederkeren.

Laathoven

2

3

Op het grondgebied bevonden zich diverse "laathoven" zoals dat van St-Servas dat aan het gelijknamige kapittel te Maastricht behoorde.

Het laathof "Kuttekoven" werd in 1920 reeds verkocht aan de abdij van Herckenrode en werd van dan af "Hof van Herckenrode" genoemd.

Bij Nazicht van de Ferrariskaart (1771 - 1777) bleek dat het hier om een grote hoeve ging die door de familie Pauli - Stravius werd uitgebaat.  De abdij van Herkenrode bezat meer dan de helft van het grondgebied van Kuttekoven.

  

Het "Hof van Herkenrode" werd in 1636 geplunderd en afgebrand door de troepen van Jan van Weerd die aan de leiding stond van zo'n 4000 Kroaten.  Deze vreemde troepen brachten dan ook de pest mee waarbij velen de dood vonden, waaronder ook de pastoor Goetsbloets.  In zijn plaats werd de pas afgestudeerde pastoor Strauven van Loon aangeduid.  De jonge pastoor bleek echter bevreesd voor de "zwarte dood" dat hij zijn ambt ruilde met dat van pastoor van Ormelingen van Kuttekoven.  Hij bleek gelijk te hebben want nog datzelfde jaar werd pastoor van Ormelingen geveld door deze vreselijke ziekte.

Tijdens de Franse revolutie werd het "Hof van Herckenrode" in 1729 geconfisceerd, verkochten en afgebroken.  In de jaren 1930 stonden nog enkele muren en een poort overeind.  Het is nu volledig verdwenen en alleen een oprijlaan is nog zichtbaar.  Ook bestonden er nog laathoeve "van Guffen" en de cijnshoeve "de Klein of de Clee" waaruit later de hoeve en kasteel "de Clee" ontstonden. 

St-Jan de Doperkerk.

Deze kerk waas oorspronkelijk een filiaal van de kerk van Borgloon waarvan het patronaatrecht in handen was van de graven van Loon.  Vanaf de 13 de eeuw gingen deze rechten en de tienden over naar de abdij van Herckenrode.  Bepaalde gedeelten van de dorpen Voort en Gotem maakten deel uit van de parochie.  De huidige neoclassicistische kerk werd in 1850 ingewijd met behoud van de toren uit de 13 de eeuw.  Tijdens de Franse revolutie werd het meubilair van de kerk verkocht maar dadelijk aan de kerk teruggeschonken.

De eiken biechtstoel stamt allicht uit de 13 de eeuw.  Het altaar in marmer en gemarmerd hout dateert omstreeks het midden van de 19 de eeuw.

Op het kerkhof bevinden zich enkele historische grafstenen zoals deze van Margaretha Vandersmissen, haar dochter en haar neef die allen overleden in 1636 (wellicht door de pest die toen vele slachtoffers maakte).  Verder ook nog grafstenen van pastoor Petrus Melotte (1735), Jan Vroninx (1673), Margaretha Minnen en haar kinderen (1690), Ard Smeets en zijn echtgenote Catherina Vandersmiessen(1633).

Spoorbrug.

De Kuttekovenstraat werd doorkruist door de voormalige spoorlijn Tongeren - St-Truiden.  De Spoorwegbrug werd in 1878 - 1879 maar er was nooit een station.  De sporen werden opgebroken in 1970-1971.

Smeetshoeve

In het oude gehucht Widingen bevindt zich de zogenaamde "Smetshoeve" Walterus Smets werd er reeds vermeld in 1666.  Hij was  "armenmeester" te Kuttekoven.

Ooit lagen er ook de hoeven "Massonet" en "'d Ouwer". 

Kasteel en hoeve De Clee

Het kasteel "De Clee" werd in 1904-1907 gebouwd door barones Sneyers-d"Attenhoven.  Het werd volledig gerestaureerd na een brand in 1933.  Het geheel bevindt zich in een park dat afgesloten is door een ijzeren hek.

De huidige hoeve werd gebouwd op de plaats van het vroegere "cijnshoeve De Clee". De hoeve behoorde aan de abdij van Herckenrode.  Na de confiscatie van de abdijgoederen tijdens de Franse revolutie werd de hoeve wellicht tot herenwoning omgebouwd.  De huidige hoeve dateert uit de 19 de eeuw waarbij meerdere oudere materialen werden gebruikt o.a. van de grote abdij hoeve

"Hof van Herckenrode".  Van de oude kern bleef alleen het woonhuis aan de noordoostzijde van het erf bewaard.

Voormalige pastorie

Deze werd gebouwd in 1726 en nadien verbouwd door pastoor Hurlet in 1768.  Het interieur toont een schouw uit de 18 de eeuw.  In een recentere aanbouw zetelde de gemeenteraad in de vijftiger jaren.